De Sprong naar Ierland

Emigreren is een spannende actie. Het is geen eenvoudige beslissing om baan, huis en familie op te geven om in een "ver" buitenland een nieuw bestaan op te bouwen. In deze weblog beschrijf ik mijn belevenissen die vooraf gaan aan de definitieve Sprong naar Ierland.

Mijn foto
Naam:
Locatie: Milltown Malbay, Clare, Ireland

12 december 2006

Een stadsmens aan het boeren

Nee, geloof mij, ik ben niet stapelkrankzinnig geworden! Ik ben gewoon aan het kijken hoe ik mijn zwager, veefokker van beroep, kan helpen. En dus ligt er bij mijn zwager een investeringsvoorstel waarbij ik voor 50% eigenaar word van een nog aan te schaffen stamboek Charolais-koe!

Het is een bekend gegeven dat boeren lang niet altijd tot de vroege vogels behoren wanneer er een nieuw idee op de markt komt. Het heeft dan ook enkele jaren geduurd voor mijn zuster echt invloed op de boerenpraktijken van haar man uit kon oefenen. En nog steeds is hij de boer in huis die met gepaste narigheid en trots bekijkt hoe mijn zuster haar groentekwekerij, huishouden en de financiële administratie van de boerderij runt. En zijn narigheid (en trots) werd nog groter toen er een hopeloos stuk stadsmens op zijn boerderij landde die geen idee had van wat er op de boerderij gaande was maar wel bereid was mee te denken (en werken) en zijn administratieve kwaliteiten ter beschikking te stellen. [Zoals de meeste boeren heeft mijn zwager een bloedhekel aan administratie en alles wat daar mee te maken heeft, iets waar mijn oud-collega’s van Het Dok mij zeker niet van zullen beschuldigen. :-)] En na enig aftasten over en weer begin ik ook invloed op zijn boerenpraktijken te krijgen, zij het dan wat meer op het gebied van administratie en lange termijnbeleid.

“Farm Waste Scheme”
Na enig trek- en duwwerk heeft mijn zwager toch een bouwvergunning en subsidie aangevraagd voor een nieuwe veeschuur. De huidige vijf schuren zijn of hopeloos verouderd of inefficiënt. Schuur 1 in bijvoorbeeld minstens 75 jaar oud en heeft geen stenen vloer of gesloten voorzijde. Schuur 2 is zo’n 50 jaar oud, wel gesloten maar heeft geen stenen of betonnen vloer. Schuur 3 is zo’n 40 jaar oud en is voorzien van een betonnen vloer. Helaas is de ruimte tussen de muur en de grup (afvoergoot) te klein voor de huidige maat koeien waardoor zij vrijwel permanent op het randje van de grup staan. Schuur 4 bestaat uit een drietal kleine ruimten die eigenlijk alleen geschikt zijn voor tijdelijke stalling wanneer een koe moet kalveren. En schuur 5, zo’n 20 jaar oud, is een half open schuur, goed genoeg voor de koeien maar voldoet niet meer aan de gewijzigde milieuwetgeving. Tot overmaat van ramp staan de vijf schuren ook nog eens op drie verschillende locaties enige kilometers van elkaar vandaan. Nu heeft de Ierse regering een leuke subsidieregeling bedacht voor nieuwe gebouwen die voldoen aan de laatste milieueisen (denk aan mest, gier en stank). Deze gebouwen, mits aangevraagd voor 1-1-2007 en gebouwd voor 1-1-2009, kunnen een subsidie krijgen van 60% van de bouwsom.

En dus zijn de plannen de deur uit voor een nieuwe schuur groot genoeg voor al zijn koeien. Het blijft een flinke investering maar door de grotere efficiency zal het hem ook een boel tijd en arbeid schelen. Schuur 1 zal in de toekomst alleen nog gebruikt worden voor “silage”-opslag (een soort kuilgras) en als schuilplaats voor het vee. Schuur 2 wordt waarschijnlijk plat gemept of grondig verbouwd tot paardenstalling. Schuur 3 zal gebruikt worden als opslagruimte deel verbouwd worden tot paardenstalling. Wat er met schuur 4 gaat gebeuren is in hoge mate onduidelijk. Hier moet eigenlijk een nieuw dak op en ook de hoogte van de deuren is niet helemaal op de moderne mens berekend. Plat meppen is een reële optie! Schuur 5 gaat waarschijnlijk het nieuw thuis worden van de ezels.

"Rural Environmental Protection Scheme"
Deze regeling staat beter bekent als “REPS”. Het is een regeling waarbij boeren beloond worden voor hun bijdrage aan het milieu, natuur, toerisme en de leefbaarheid van het platteland in het algemeen. Er zijn nu een viertal deelregelingen, waarbij de vierde de meest vérstrekkende is. Over het algemeen “promoveren” de boeren dan ook geleidelijk naar de meer vérstrekkende regelingen. Er zijn een groot aantal subregelingen waar je aan moet voldoen (zoals diverse milieumaatregelen) maar andere subregelingen zijn optioneel (zoals het stimuleren en openstellen van het land voor wandelroutes).
Voor deelname aan REPS is het noodzakelijk dat een boer een ontwikkelingsplan schrijft waarin hij aangeeft welke maatregelen hij wilt “adopteren” en op welke manier hij deze wil bereiken. Onderdeel van dit plan is een tijdschema van hooguit 5 jaar. Voor mijn zwager is het noodzakelijk dat hij binnen vijf jaar de opvang van gier en mest verbetert. [Ow, best wel handig dat Farm Waste Scheme!] Een andere maatregel is dat hij de kwaliteit van de huisvesting van zijn dieren moet verbeteren [had ik al gezegd hoe handig dat Farm Waste Scheme was?]. Een ander grappig effect is dat de Ierse Wet met ingang van 2007 het onderhoud en de conservering van de heggen en veldmuren verplicht stelt en wel voor rekening van de boer. REPS kent echter een subsidieregeling voor de conservering van heggen en veldmuren…
De inschrijving voor de oudere regelingen (REPS 1 en REPS 2) sloot op 1 december 2006. En in een razendsnelle actie heeft mijn zwager in samenwerking met de Taegasc (landbouwadvies-instelling) in krap drie weken tijd een plan in elkaar geramd en ingediend. En zo wordt hij dus gesubsidieerd voor maatregelen die hij toch al wettelijk verplicht was te ondernemen. :-)

Mijn rol
Actief boeren zal het beslist niet worden. Op zijn best zal mijn zwager mij beschouwen als een nuttige knecht op afroepbasis. Ik ben het nooit uit de weg gegaan om mij bij tijd en wijle eens grondig in het zweet te werken maar met mijn gezondheid en bureaucratische neigingen ben ik zeker niet geschikt als boerenknecht, laat staan boer. Toch zijn er een aantal factoren die bepaald hebben dat ik mij nu wat meer met het boeren, en met name de veerfokkerij, bezig wil gaan houden.

Doorstroompremie
Zoals eerder gemeld heb ik eindelijk de doorstroompremie van de Gemeente Groningen ontvangen. Dat heeft maar een half jaar geduurd. Gezien de vele onduidelijkheden en rare bokkensprongen van de Overheid waar ik in het verleden mee te kampen had, werd ik daar akelig voorzichtig mee. En door zuinig leven (en tien weken inwonen bij mijn zuster en zwager) wist ik dan ook een flinke buffer voor ongevallen op te bouwen. Nu de premie binnen is, is het niet meer noodzakelijk zo’n grote buffer aan te houden. En dus wordt de buffer omgezet in een “halve koe”, rijlessen en een auto alsmede een spaarplan.

Poldermodel
Ook Ierland heeft een vorm van het poldermodel geadopteerd. Echter, hier heet het een “Partnership-deal” waarin overheid, vakbonden en het bedrijfsleven participeren. Na maanden van praten, boycotten, weglopen en terugkeren, financiële eisen en financiële realiteiten, zeuren, neuzelen en moeilijk doen is in oktober toch eindelijk de “Partnership-deal” gesloten. Een bijzonder groot aantal maatregelen op alle gebieden van het maatschappelijk veld is daarbij afgesproken en voorzien van financiële plaatjes. Niet iedereen is natuurlijk blij (er zijn wat groepen naar de achtergrond gedrukt) maar over het algemeen is men toch tevreden. En persoonlijk vind ik dat een hele prestatie met alle conflicterende belangen!

De boerenbelangen zijn natuurlijk ook aan bod gekomen. Als sterke economische sector kan dat ook niet anders. Een groot aantal afspraken zijn gemaakt, samen goed voor een bedrag van 1.2 biljoen euro over 7 jaar. Onder meer extra geld voor de eerder genoemde REPS-regeling, een fonds voor de modernisering van de zuivel-sector, stimulering van de bosbouw en subsidie voor toeristische initiatieven zijn voortgekomen uit het overleg tussen de regering en de Irish Farmers Association.

“Beef Quality Scheme”.
Een groot deel van de afgesproken maatregelen zijn niet interessant voor mijn zwager. Steunmaatregelen voor schapen- of varkenshouders houden hem niet wakker. Ook steunmaatregelen voor boeren in kwetsbare heuvelgebieden voor bergachtige gebieden wekken zijn belangstelling niet. Wat wel zijn aandacht trok was een maatregel met de naam “Beef Quality Scheme”. Dit is een maatregel om de kwaliteit van het slachtvee te verbeteren. Normaal gesproken werd er met name gekeken naar het gewicht van een koe die ter slachting word aangeboden, waarbij de kwaliteit van het vlees van relatief minder belang is. Deze nieuwe maatregel maakt het echter financieel aantrekkelijk om kwalitatief goed vee te fokken. Nu staat mijn zwager toch al bekend als een fokker die goede kwaliteit levert maar tot nu toe bracht dat nauwelijks extra geld op. Als hij zich kwalificeert voor deze maatregel kan hij (als ik het goed heb) ongeveer 80 euro bonus per koe extra krijgen voor de hoogste kwaliteit koe. En dit naast een hogere prijs per kilogram koe. Nogal wiedes dat mijn zwager ineens klaar wakker werd toen hij deze maatregel aangekondigd zag!

Intermezzo
Op dit moment fokt mijn zwager vooral zogenaamde kruisingen. Met name de rassen “Belgian Blue”, “Friesian” en Charolais zijn vaak in zijn stallen aan te treffen. Alle drie de rassen staan bekend om hun goede fokkwaliteiten, tam karakter, goede groei-karakteristieken (hoe snel groeit een koe tot het door de slachterijen gewenste gewicht) en goede voer-vlees verhoudingen (de hoeveelheid voer die nodig is om een extra kilogram lichaamsgewicht te bereiken). Het is echter een bekend gegeven dat volbloed koeien extra goed presteren op het vlak van de groei-karaktistieken en voer-vlees verhoudingen. En met name de volbloed Charolais-koeien staan daarbij bekend om de prima kwaliteit van hun vlees. Een nadeel is echter dat volbloed-koeien minder vruchtbaar zijn dan hun gekruiste zusters (ca. 50% score tegen ca. 75% score). Met name voor fokkers zoals mijn zwager is dat een stevig nadeel aangezien hij het met name moet hebben van de hoeveelheid kalveren die zij “produceren” voor hun aftocht richting de slachterij of “finisher”.
Het bestaan van volbloed rassen was allang tot een einde gekomen wanneer er niet ook een aantal buitengewone voordelen aan zat. Over het algemeen zijn gekruiste stieren niet echt bijzonder waardevol voor fokkers en gaan dan ook voor een schappelijk prijsje van de hand richting slachterij of liefhebber. Volbloed stieren zijn, mits van goede afkomst en kwaliteit, echter bijzonder waardevol. Echter niet vanwege hun vleesopbrengst maar vanwege de fokkwaliteiten. Waar je een goede kwaliteit gekruiste stier op de veemarkt kan kopen voor ongeveer 650 euro moet je voor een zelfde kwaliteit volbloed Charolais-stier toch al heel snel 2500 euro betalen. En prijzen van 5000 tot 20.000 (!) euro zijn zeker geen uitzondering voor de topkwaliteiten. Ik moet erbij zeggen dat de hoogste prijzen betaald worden door de KI-stations. Die vragen daarna rustig 35 tot 250 euro voor een dosis zaad…
Een andere reden van het succesvolle bestaan van volbloed rassen zijn de zogenaamde “finishers”. Dit zijn boeren die jonge koeien of stieren inkopen en vervolgens zo snel mogelijk opfokken tot het grootst mogelijk gewicht in de beste mogelijke kwaliteitsklasse. Zij zijn niet gericht op de fokkwaliteiten maar willen alleen een optimale groei bereiken. Zij leggen de kwaliteiten van hun koeien dan ook vast in “aantal kilogram groei per dag” en doen veel onderzoek naar de beste kwaliteit voer om een zo hoog mogelijke groei tegen een zo laag mogelijke prijs te bereiken.

Nieuwe boerenpraktijken
Onder invloed van de “Beef Quality Scheme” ben ik mijn zwager eens een beetje op de zenuwen gaan werken met suggesties over specialisatie. Ik ben van mening dat met zijn puike boerenpraktijken er een hogere opbrengst te bereiken valt als hij zich in plaats van op gekruiste koeien gaat richten op volbloed koeien. En na een aantal suggesties is hij er toch eens in positieve zin over na gaan denken. Voor zijn boerenpraktijken heeft specialisatie in 1 ras nauwelijks consequenties. Hij mag zijn koetjes graag knuffelen en verwennen wat resulteert in een prima kwaliteit, daar verandert niets in. Daarnaast koopt hij geregeld “heiffers” (2-jarige "maagdelijke" koeien) in om mee te fokken. Het enige wat hij nu moet doen is zijn inkoopbeleid bijstellen. Hij koopt nu 2 tot 4 koeien per jaar en allen zijn gekruiste koeien. Als hij nu in 50% van de gevallen volbloed koeien (die veel duurder zijn dan gekruiste koeien) gaat kopen ten bate van de fokkerij en alleen gekruiste koeien afstoot naar de slachterij, zal zijn kudde steeds meer gaan bestaan uit volbloeds. Het zal een meerjaren plan worden maar dat is niet zo erg. Ook voor een boer geldt dat hij rustig en verstandig moet investeren…

Toch maar eens kritisch kijken…
En nu ligt er bij mijn zwager een investeringsvoorstel waarbij ik voor 50% eigenaar word van een nog aan te schaffen stamboek Charolais-koe! Hij vond het idee bijzonder amusant en wees het beslist niet af. Wel had hij het idee dat ik geen idee had waar ik in hemelsnaam aan begon…
Na enig inleidend gerommel ben ik geneigd hem daarin gelijk te geven. Recentelijk heb ik namelijk een catalogus opgevraagd van de “Irish Charolais Cattle Society” over jaarlijkse verkoopdag in Ennis. Tot groot vermaak van mijn zuster en zwager beoordeelde ik die verkoopdag als “leerzaam en desastreus”. De aangeboden koeien en stieren waren zeer zeker interessant. Probleem was echter de prijzen die gevraagd werden. Ik verwachtte dat een interessante “heiffer” ongeveer 1000 tot 1200 euro zou gaan kosten, wat mijn 50%-aandeel op zo’n 500 tot 600 euro zou brengen. (Exclusief voer, veearts, medicijnen, testen en dergelijke, begroot op zo’n 250 euro jaarlijks) Groot was dan ook mijn schrik toen bleek dat de minimumprijs voor willekeurig welk beest al op 1000 euro stond. De minder bijzondere koeien verwisselden dan ook van eigenaar voor zo’n 1400 tot 1700 euro, voor de betere koeien werden boden van 2000 euro geweigerd…

Nu moet ik toch nog maar eens even na gaan denken over mijn investeringsplan. Gaat het van tafel, ga ik er meer geld aan besteden of ga ik mijn eisen verlagen....

07 december 2006

Jaarverslag (voorbereiding)

Het is een goed gebruik in het begin van het jaar met een jaarverslag over het afgelopen jaar te komen. Nu is er heel erg veel gebeurd met mij en rond mij en dus kan een jaarverslag makkelijk een onleesbaar lang verhaal worden.

Dus: mail mij even welk onderwerp je behandeld wil zien. Dat maakt het voor mij simpeler om het jaarverslag te schrijven. Vooral omdat de nodige mensen ook een Engelse versie willen zien...

De wensen kunnen gestuurd worden aan het mailadres: nieuwsgroep@landzaat.info. Vermeld wel even heel duidelijk in het onderwerp "Weblog" omdat het een mailadres is wat vergeven is van de spam (De spamfilter loopt geregeld te vragen om hij nu ook eens op vakantie mag! Nee dus, in de CAO voor Robots en Regels zijn geen vakantiedagen opgenomen.)

Rijlessen

Het heeft even geduurd maar ik ben eindelijk met mijn rijlessen begonnen.

Het was de bedoeling dat ik er eerder mee zou gaan beginnen maar ik wilde niet een financiële verplichting en last aangaan voor er een ander afgelost was. En na het nodige internationale geharrewar heb ik eindelijk mijn oprotpremie (officieel: doorstroompremie) van de gemeente Groningen binnen. Het bedrag is leuk genoeg om in 1 keer de kosten van mijn emigratie af te kunnen lossen. Een flexibel krediet op je nek wanneer je gaat emigreren is niet leuk maar dit behoorde nog tot de rampspoed uit het verleden. Nu eens kijken wat voor nare verrassingen er nog gaan komen vanuit Nederland ten aanzien van de zorgpremie (zal ik wel voor 75% terug moeten betalen), belasting (blijven ze met hun vingers van mijn premie af?) en studiefinanciering (hoe hoog gaat de aflossing worden voor mijn laatste aflosjaar?). Ik ben niet van plan er wakker van te liggen…

Positiever is dus dat ik eindelijk met mijn rijlessen ben begonnen. In Nederland struikel je ongeveer over de rijscholen maar in county Clare is dat zeker niet het geval. Na enig zoeken bleken er drie alternatieven te zijn: 1 rijschool in Killernan (helaas van een neef waar ik geen cent aan wil besteden), 1 rijschool in Kilrush (een half uur rijden verderop) en 1 nieuwe rijschool in Mullagh (ca. 15 minuten verderop). De laatste heeft uiteindelijk mijn klandizie gewonnen.

Door een klein misverstand had ik nog dezelfde middag dat ik haar belde mijn eerste rijles en dat ging vrij aardig. Dat wil zeggen: enigszins tot mijn verbazing stonden het hek en de muur nog na mijn uurtje oefenen. Voor de muur had ik door een paar meter gras moeten ploegen maar het hek stond gelijk aan de parkeerplaats. Maar goed, ik had geen noodingrepen van de instructrice en liet slechts 1 keer de motor afslaan (ik vergat gas te geven bij het schakelen naar de tweede versnelling). Ze was er blij mee dat ik nog nooit eerder gereden had want vanwege het Ierse systeem met tijdelijke rijbewijzen moet zij doorgaans eerst een aantal nare gewoonten zien af te leren. Daar heb ik geen last van…

In ieder geval is mijn aanvraag voor het theorie-examen de deur al uit. Dat duurt een week of drie voor ik daar terechtkan en als ik het haal krijg ik mijn tijdelijk rijbewijs al. Ik mag dan de weg al op mits vergezeld van een ervaren chauffeur. Het aanvragen van het examen kan direct na mijn theorie-examen maar duurt vervolgens nog ongeveer een jaar. Voldoende tijd om een hoop rijlessen te nemen en ervaring op te doen!

Toch zal ik nog een hoop moeten leren. Op dit moment moet ik vooral aan zelfvertrouwen (altijd al een zwak punt van mij, hinderde mij ook met de danslessen) werken. En ik moet afleren om mijn kracht te gebruiken mij gas geven en remmen. Zodra ik op het gaspedaal trapte schoot de motor naar 2000 toeren terwijl de instructrice niet meer dan 1400 wilde zien. Lastig! En mijn snelheid van handelen moet wat omhoog (ik moet nog nadenken voor ik handel aangezien het automatisme er nog niet is). De instructrice is echter hoopvol en bereid mij meer lessen te geven.

In ieder geval heb ik een aardig ezelsbruggetje om te onthouden welk pedaal waar zit (niet onbelangrijk lijkt mij): het ABC-systeem. Van rechts naar links: Accelarator (gas pedaal), Brake (rempedaal), Clutch (koppeling).

Ow, en de lessen zijn een fractie goedkoper dan in Nederland. Ik betaalde voor deze eerste les niet meer dan 30 euro voor een vol uur les. De aanvraag voor mijn theorie-examen kostte mij slechts 35,50 euro. Ik cross nu nog mijn rondjes op een grote parkeerplaats (maatje voetbalveld) maar de instructrice denkt dat ik met een les of drie vier veilig genoeg ben voor de openbare weg. We zullen zien…

[Update]
Ook de tweede les heb ik overleefd. Rijden in de tweede versnelling is nog een probleem. Ik reageer nog te abrupt daarvoor. Maar een testje in achteruit rijden ging heel aardig, behalve dat ik even niet meer wist hoe te stoppen (ik liet eerst de koppeling los in plaats van hem geheel in te trappen). De noodstop ging echter perfect en volstrekt gedachteloos. Zonder er bij na te denken ramde ik de rempedaal in toen een idioot pal voor mijn neus ineens de parkeerplaats op kwam scheuren…

Identiteitspapieren: geneuzel op de vierkante millimeter

Tjonge, wat een gedoe om aan nieuwe identiteitspapieren te komen. Ik was mij er van bewust dat op 30 november mijn identiteitskaart zou verlopen en dus moest er wat gebeuren.

Ongelukkigerwijs heeft de Nederlandse regering in augustus een nieuw paspoort met nieuwe voorschriften ingevoerd en dat gaf nogal problemen. In eerste instantie leek het er op dat ik voor nieuwe papieren naar de ambassade in Dublin moest. Dat zag ik niet zo erg zitten. Het betekende namelijk zoveel als het regelen van een lift van Milltown Malbay naar het treinstation in Ennis (ca. 30 minuten) en daar de trein pakken naar Dublin met overstappen in Limerick of Limerick Junction (ca. 4 uur). Klein detail is dat de ambassade alleen papieren verstrekt tussen 9.00 en 12.00 uur wat ik dus van z’n langzalzeleven niet halen kan. Nu zijn er twee ex-collega’s voor het vervolg van hun studie neergestreken in Dublin, dus daar viel misschien nog wel onderdak te regelen. Maar goed, het is niet echt optimaal te noemen.

Gelukkig hebben ze de meeste begin problemen opgelost en nu verstrekken de consulaten ook weer identiteitspapieren. Dus maar even gebeld om te vragen wat voor paperassen ik mee moest brengen en wat voor maten de pasfoto moest hebben. Daar hebben ze immers grandioos mee lopen rommelen, dus beter te veel gevraagd dan voor joker staan. Goed, adres-identificatie (bankafschrift of energierekening), 3 pasfoto’s, mijn oude ID-kaart en mijzelf was alles wat ik nodig had. En zo toog ik goedgemutst met mijn tedergeliefde zuster (en haar auto) op maandag naar Limerick, alwaar het consulaat is gevestigd.

Nou, dat goedgemutste was tamelijk snel over. In Ennis wilden wij namelijk “even” pasfoto’s laten maken bij een fotograaf met een goede staat van dienst. Ongelukkigerwijs was hij niet aanwezig en moesten wij een uur wachten. Afijn, wij maar een kop koffie wezen pakken want rondslenteren voor een uur is ook niet zo zinvol. Wij hadden min of meer geluk want reeds na drie kwartier belde de fotograaf dat hij aangekomen was en dat ik kon komen voor de foto’s. Na enig gedebateer over de maten van de foto’s werden deze genomen en kon ik opnieuw een uur gaan wachten. Sugt! Goed, maar even een paar andere winkels en een supermarkt in voor wat boodschappen. En na amper een half uur belde de fotograaf alweer dat de foto’s klaar waren. Dus daar naar toe gerend en de foto’s bekeken. Ik had er ernstige twijfels over of ze de juiste maat waren maar ik heb ze toch maar genomen. Een deuk van 20 euro voor vier zwart-wit pasfoto’s. En zo konden wij met anderhalf uur vertraging op weg gegaan naar Limerick.

De rit naar Limerick ging op een minuscuul detail (gemiste afslag) prima en vlotjes arriveerden wij bij het consulaat. Voor de liefhebbers: dit consulaat is niet gevestigd aan de Dock Road, zoals aangegeven op de website van de ambassade, maar net om de hoek. Ik meen dat het de Anthony Street heet aldaar. De ingang van het kantoor is verplaatst maar de brievenbus zit nog steeds aan de Dock Road. In ieder geval: het zit naast een tweetal pubs en het gebouw is herkenbaar aan maar liefst vier wapenborden van landen. Het kantoor is namelijk niet alleen consulaat van Nederland maar ook van België, Finland en Denemarken. Mijn zuster wist dat gelukkig (die heeft zich eerder al de blauwe mazelen gezocht naar het consulaat) dus wij waren daar snel. Alleen bleek dat de dame van het consulaat inmiddels haar lunchpauze had en pas na een half uur weer terug zou zijn. De pub om de hoek serveert gelukkig ook maaltijden dus hebben wij ons maar tegoed gedaan aan een heerlijke maaltijd van zalm en mosselen in een smakelijk doch wat onduidelijk sausje.

Goed, na de lunchpauze dus maar weer naar het consulaat waar wij door een aardige en behulpzame dame ontvangen werden. Na het invullen van het aanvraagformulier (slechts een tamme vier kantjes lang) werden echter mijn pasfoto’s radicaal afgekeurd. Ze waren niet in kleur en de maten waren niet correct. GROM! Goed, de dame wist dat de pasfoto’s voor een hoop gezeur konden zorgen. Ik ga hier niet zitten te beschrijven aan wat voor idiote eisen de pasfoto moet voldoen omdat a) dan mijn gal spontaan overloopt en b) het artikel te lang en vrijwel onleesbaar gaat worden. Samengevat: het consulaat beschikt over een sjabloon waarbinnen de belangrijkste maten moeten vallen. Van kin-lijn tot voorhoofd tussen de 26 en 32 millimeter en van oor tot oor tussen de 16 en 22 millimeter. Mijn kop was dus net 1 millimeter te breed.
De dame was echter niet voor 1 gat te vangen en zij hadafspraken gemaakt met een drogist/apotheek in de buurt over de maten van de pasfoto’s. En dus waren mijn zuster en ik al snel op weg naar Pharmacy O’Sullivan in O’Connelstreet voor een nieuwe set pasfoto’s. Na de eigenaresse vertelt te hebben dat wij kwamen voor pasfoto’s voor Nederlandse identiteitspapieren (die hebben afwijkende specificaties dan Ierse) was zij zeer behulpzaam. De eerste foto leverde een prachtig plaatje van mijn onderkin op, de tweede werd goed genoeg geacht om geprint te worden. Helaas voldeed deze niet aan de voorgeschreven maten (de drogist beschikt ook over een sjabloon!!) en dus werd er een derde foto gemaakt. Deze voldeed gelukkig wel aan de eisen en dus kon ik na het aftikken van slechts 6 euro weer terug naar het consulaat. Aldaar joeg de dame mij volstrekt in de gordijnen door te melden dat mijn ogen niet perfect horizontaal waren, iets wat noch ik noch mijn zuster kon zien. Maar goed, de dame wilde het risico wel nemen, even betalen voor het paspoort (€ 55,90) en de papieren werden verzonden.

De moraal van dit verhaal:
- als je identiteitspapieren nog maar een paar maanden geldig zijn is het verstandiger en goedkoper deze reeds in Nederland te vervangen
- vergeet de gebruikelijk pasfoto-automaten want zij produceren geen foto’s meer die bruikbaar zijn voor paspoorten en ID-kaarten. Zij voldoen noch aan de Nederlandse noch aan de Ierse specificaties!
- vraag bij de ambassade of het consulaat of zij een fotograaf kunnen adviseren die pasfoto’s kan maken volgens de nieuwe specificaties.
- neem ruim de tijd om nieuwe papieren te krijgen. Ten eerste kan het flink duren voor je de aanvraag volledig op orde hebt, ten tweede duurt het geruime tijd voor je de nieuwe papieren in huis hebt (minimaal 14 dagen).
- neem vooral een portie humor en Ierse kalmte mee als je de strijd aan gaat met de bureaucratie

Ow, en internetstemmen voor de Tweede Kamer verkiezingen liep prima. Ik feliciteer mijn oude vriend Jan Marijnissen, Agnes Kant en de 24 (?) andere gekozenen dan ook met de daverende en onverwacht grote verkiezingszege!